• 2
  • 83
  • 4
  • 95
  • 6
  • 7

Verdieping: Jozef als onderkoning - Neemt hij wraak?


Hoe zou Jozef optreden nu hij onderkoning is? 

Dit idee is speciaal door Johan Timmer voor het kinderprogramma van de Micha Zondag 2014 geschreven. Ben jij al bekend met Micha Nederland en Micha Zondag. Bekijk hun website hier. 

Speel of bespreek het verhaal van Jozef, met rollen voor de slavenhandelaren, Potifar en zijn vrouw, de schenker en de broers van Jozef.

farao

Scene:

Jozef zit op zijn troon. Voor hem verschijnen achtereenvolgens de bovengenoemde personen uit zijn leven. Het begint bijvoorbeeld met de slavenhandelaren die hem kochten van de broers en verkochten in Egypte. Bedenk hoe Jozef tegen hen zou kunnen doen, nu hij zo machtig is.

- Hoe zou Jozef optreden tegen Potifar en zijn vrouw, nu hij machtiger is dan zij?
- Welke straf zou hij haar kunnen geven?
- Wat zou Jozef zeggen tegen de schenker, die Jozef glad vergeten was en jaren in de gevangenis liet?
- Hoe had Jozef zijn broers kunnen behandelen, die hem zo gehaat hadden?

Bedenk in groepjes Jozefs reactie en speel het eventueel uit.

Variant:

Je kan de verschillende personages laten reageren op een krantenbericht of nieuwsuitzending waarin bekend wordt dat een arme slaaf uit Kanaän het schopt tot op één na machtigste man van het rijk.

Vertelling:

Herkent u mij nog? Die bange jongen uit Kanaän? Hij werd door een groep van tien mannen uit een droge put gehesen en aan u verkocht, u was op weg naar Egypte.
Ja, lang geleden. U hebt heel wat slaven verkocht, dat begrijp ik. Zegt de naam Potifar u iets? Want aan hem hebt u mij verkocht. U ziet wat wit, wilt u een glaasje water? U denkt dat uw laatste uur geslagen heeft. U hebt gelijk, ik hoef maar met mijn vingers te knippen en u wordt aan de krokodillen gevoerd. Sta op, man! Ik ga geen wraak nemen. Je zult niet langer in slaven handelen, niet meer in menselijke ellende. Je mag in graan gaan handelen, dan kan je minder kwaad. En waag het niet terug te keren in je oude beroep.

Volgende!

Meneer en mevrouw Potifar! Wie had dat gedacht, dat uw slaaf niet alleen uw huishouden zou regelen, maar die van het hele land! Maar wat zie ik, mevrouw? U trilt helemaal! Hebt u het koud? Hebt u misschien een mantel nodig? Het is niet van de kou, u bent doodsbenauwd voor me. U weet het nog goed, u wilde me verleiden, toch? En meneer Potifar, u wist het? Niet ik, maar zij was het. Ik begrijp het heel goed. Het woord van een slaaf tegen het woord van een deftige dame. Ja, u zou voor gek staan als uw vrouw u bedroog met een slaaf. En nu? Wat moet ik met haar doen? Ze zou nog geen dag overleven in de gevangenis waar ik in werd gegooid. Nee nee, wees niet bang, u wordt niet in de boeien geslagen. Maar u, meneer Potifar, ik beveel u, in het verblijf waar uw vrouw woont mag nooit meer een mannelijke slaaf of bediende gezien worden. En ik zal daar streng op laten toezien. En verder beveel ik u voor al uw slaven zo goed te zorgen als u voor mij deed, voor u mij gevangen liet zetten.

Volgende!

Meneer de schenker, hoe is het met u? Na al die jaren! Ik help u even uit de droom: ik ben Jozef, de slaaf uit de gevangenis. De wijn tast uw geheugen aan. Weet u nog hoe het was, in de gevangenis? Weet u nog dat u vrijkwam? U zou een goed woordje voor me doen, weet u nog? U hebt het vast verdrongen, of verdronken. Ik zie u slikken, u hebt vast een droge keel. Dat was wel een kater voor me, dat ik zo lang moest wachten tot er een lampje bij u ging branden. Nee, u hoeft niet bang te zijn dat u de bakker achterna gaat. Zo zit ik niet in elkaar. Ik ben u dankbaar dat u uiteindelijk wel aan me hebt gedacht. Maar ik wilde u nog wel spreken. Ik wil klare wijn schenken. We werken allebei aan het hof en komen elkaar dus regelmatig tegen. Wat mij betreft zetten we ons beiden in voor dit land en dit volk. Ze hebben ons nodig.

Volgende!

Zozo, acht, negen, tien, elf. Is iedereen er? Nee, niet iedereen. Er had er nog één kunnen zijn. Maar die hebt u vakkundig weggewerkt. Hij kreeg teveel praatjes, is het niet? Nou, ik heb zojuist de slavenhandelaar gesproken die hem van jullie heeft gekocht. En zijn eerste baas hier in Egypte. En nog iemand die hij had ontmoet en die hem een beetje vergeten was. Het zat hem niet mee. Het leek er niet op dat zijn mooie dromen uitkwamen. Maar uiteindelijk is het dan toch nog goed gekomen met hem. Ja, daar kijken jullie van op. Ik weet alles over hem. Zouden jullie hem weer willen ontmoeten? Of voel je je toch een beetje schuldig? Wat zijn jullie stil. En, begint het al te dagen? Wie denken jullie dat er voor jullie staat? Ik ben het zelf, Jozef! O ja, ik zou wraak kunnen nemen, jullie slaaf kunnen maken, er voor zorgen dat jullie je kinderen nooit meer zien, zoals mijn vader mij nooit meer gezien heeft. Ik zou kwaad met kwaad kunnen vergelden. Maar ik doe het niet. In plaats van verwoesten wil ik herstellen. In plaats van vernielen wil ik helen en zorgen. Dus wees niet bang, jullie mogen weer adem halen. God heeft alles ten goede gekeerd.

Tags: 'Gratis' ideeën , Bijbelse personen OT, Verdieping